De gekke kronkels van een auteur

Over vertrouwen, dankbaarheid en onzekerheden

Toen mijn debuut ‘Stilleven’ eenmaal goed was ontvangen en de roes van de vele nominaties enigszins opgetrokken was, zat ik al mijmerend de woorden terug te halen die een vriendin tegen me zei toen ik nog met het ruwe manuscript van Stilleven bezig was: ‘Dit is de mooiste fase van het schrijverschap. Er is nog geen druk, niemand verwacht iets van je. Geen lezers, geen uitgevers. Straks als het serieus is, wordt alles anders. Lijkt me.’

Ik staarde naar de eerste schrijfsels van boek twee, in mijn zak een droomcontract bij een van de grootste uitgevers ter wereld. Als ik dan ooit druk zou moeten voelen was het nu, want met Stilleven gaf ik een belofte af en het is leuk hoor, een goed debuut schrijven, maar het echte werk begint nu pas. Want wilde ik niet vooral géén eendagsvlieg zijn met een leuke hit? Nee! Zeker niet! Ik wil een repertoire, een oeuvre. Ik wil een rijtje op een boekenplank. Het liefst bij zoveel mogelijk lezers. Oeps, ik zeg het zomaar hardop.

Op een of andere manier voelde ik die druk niet bij het schrijven van ‘Onbreekbaar’. Ik ging praktisch te werk, wist hoeveel woorden ik moest schrijven om de deadline te halen, dus dat deed ik. Avond aan avond pakte ik de laptop en merkte dat juist die praktische discipline me de inspiratie bracht die ik nodig had om weer een goed boek af te leveren. Bij elke positieve mail van mijn redacteur deed ik een rondedansje, ging dóór en genoot van de flow.

Maar de druk diende zich alsnog aan toen de eerste mensen Onbreekbaar gingen lezen. Onzekerheid groeide met de dag. Was het wel goed genoeg? Zouden de personages wel aanspreken? Kon ik de lezers verrassen? Zouden ze gaan vergelijken met Stilleven? Dadelijk zou ik door de mand vallen en zou blijken dat ik helemaal niet kon schrijven. Weg droom.

Nu, drie weken na het verschijnen van ‘Onbreekbaar’ kan ik opgelucht ademhalen. Mijn boek wordt wederom goed ontvangen. Elke waardering, review, tag of mail van een lezer maakt me zo intens dankbaar. Hoewel ik schrijfster ben, kan ik nauwelijks omschrijven wat dat met mij doet. Het lijkt of ik droom als mensen zeggen dat ze van mijn boeken genoten hebben. Van iets wat in mijn brein is ontstaan! Ik kan het amper geloven. Wat is creëren heerlijk!

En nu volgt een nieuwe opdracht, want ja, twee goed ontvangen boeken maakt nog geen rijtje in de boekenkast. Ik ben een schim in oeuvreland. Er is werk aan de winkel. Het idee voor boek drie ontstond al voor het uitkomen van Onbreekbaar. Mijn uitgever is enthousiast. Niets lijkt me in de weg te staan, maar toch…

Ik wil open kaart spelen met jou, lezer: Deze keer voel ik dus wél die druk, ben ik een tikje onzeker en zal ik harder aan mezelf moeten werken om hetzelfde vertrouwen te krijgen als bij het schrijven van Stilleven en Onbreekbaar. Want hé, als ik het twee keer kan, moet het een derde keer toch ook lukken? Ik blijf het mezelf inprenten. En, lieve lezer, ik beloof dat ik mezelf bij elkaar ga rapen en volgend jaar voor de zomervakantie weer iets moois aflever, want dat ben ik toch wel aan jou én ook aan mezelf verplicht!